
'Studieschuld stijgt straks naar 21.000 euro'; Fact check
NRC Handelsblad
11 juni 2014 woensdag


Section: Economie

SAMENVATTING
Deze rubriek beoordeelt elke woensdag een bewering op waarheidsgehalte. Deze week een uitlating van minister Jet Bussemaker van Onderwijs.
  De aanleiding 
De afschaffing van de studiefinanciering leidde eind mei tot een hoop gekrakeel. Onbetaalbaar zouden de studies worden en torenhoog de schulden. Dat valt wel mee, suste minister van Onderwijs Jet Bussemaker op haar weblog, onder verwijzing naar berekeningen van het Centraal Planbureau. Volgens de minister stijgt de gemiddelde studieschuld, die nu 15.000 euro is, straks naar 21.000 euro. 
 Waar is het op gebaseerd? 
Het CPB onderzocht vorig jaar de effecten van de invoering van het leenstelsel op het aflossen van de studieschuld. In zijn notitie schrijft het planbureau: ,,We gaan uit van een gemiddelde stijging van de studieschuld met 6.000 euro." Opgeteld bij de 15.000 euro die de studieschuld nu gemiddeld bedraagt, is dat 21.000 euro. Sinds de CPB-notitie duikt de 21.000 euro overal op. 
 En, klopt het? 
Om tot een schatting te komen, moest het CPB eerst de gemiddelde studiefinanciering berekenen, die de studenten vanaf 2015 dus niet meer krijgen. Dat gemiddelde bedraagt volgens het CPB 9.000 euro. Bij thuiswonende studenten gaat het om 4.800 euro (vier jaar lang elke maand 100 euro). Uitwonenden lopen een groter bedrag mis: nu krijgen zij nog 279 euro per maand, in totaal 13.400 euro. Voor het gemak rondt het CPB de bedragen af op 5.000 en 13.000, telt ze bij elkaar op en deelt ze door twee: 9.000 euro. 
Dat zou kloppen, als er evenveel thuis- als uitwonende studenten waren. Volgens de meest recente cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) waren er in 2012-2013 228.700 thuiswonende en 274.700 uitwonende studenten. Wie dat verschil meeweegt komt uit op een gemiddelde studiefinanciering van 9.500 euro. 
Maar, belangrijker: hoe komt het CPB erbij dat de gemiddelde schuld voortaan 21.000 euro zal zijn? Als je bij de huidige schuld van 15.000 de huidige studiefinanciering (9.000 volgens het CPB) optelt, kom je uit op 24.000 euro, 3.000 euro hoger dan het CPB inschat. ,,In de praktijk zal de studieschuld minder hard stijgen omdat een deel van de lagere inkomsten wordt opgevangen door bijvoorbeeld een hogere ouderbijdrage, meer inkomsten uit bijbaantjes, of minder consumptieve uitgaven", legt het CPB uit in de notitie. Maar waarom het planbureau inschat dat deze compensaties samen 3.000 euro gaan schelen, staat er niet bij. 
We vragen het aan Marcel Lever, auteur van de CPB-notitie. ,,Er ligt geen berekening aan die 3.000 euro ten grondslag", zegt hij. ,,We hebben in dit geval een educated guess gedaan. We verwachten dat meer dan de helft van de misgelopen studiefinanciering geleend zal worden. Als dat hele bedrag gecompenseerd kon worden door meer werken of hogere ouderbijdrages, hadden mensen al wel eerder naar dit soort mogelijkheden gekeken. Maar we denken dat niet het hele bedrag geleend zal worden. Dat denken we op basis van wat je bij andere regelingen ziet. Als de AOW-leeftijd wordt verhoogd, zie je ook dat mensen dat opvangen, bijvoorbeeld door langer door te werken. Zo zijn we op een gemiddelde extra schuld van 6.000 euro uitgekomen. " 
Conclusie 
Het CPB maakte vorig jaar een schatting van de gemiddelde studieschuld na afschaffing van de studiefinanciering. Volgens het CPB lopen studenten door deze afschaffing gemiddeld 9.000 euro mis. Het planbureau denkt dat studenten meer dan de helft van dit bedrag, maar niet de volledige 9.000 euro zullen bijlenen - zo kwam het tot de 6.000 euro. Aangezien het CPB zelf zegt dat het bedrag een 'aanname' is en geen berekening, beoordelen we de uitspraak van minister Bussemaker als ongefundeerd. 
 
 
Foto ANP
 